De naam is afkomstig van het Oudgermaanse Ahha wat op zijn beurt afgeleid is van het Latijnse Aquisgranum. Aken heet in het Duits: Aachen.

De Romeinen noemden de hete, zwavelhoudende minerale bronnen in deze omgeving Aquis-Granum, naar de Keltische god van de genezing Grannus. Sinds de Romeinse tijd zijn deze hete bronnen gekanaliseerd en veranderd in geneeskrachtige baden, die nog steeds in gebruik zijn. Âh, is een Oud-Germaans woord, verwant aan het Latijnse aqua, ook terug te vinden in riviernamen, en betekent water.

Nadat Aken zwaar beschadigd was geraakt in de Tweede Wereldoorlog, was het de eerste Duitse stad die door de geallieerden bevrijd werd van het nationaalsocialisme.

De Dom van Aken is nog steeds het meest opmerkelijke gebouw van de stad en maakt deel uit van de palts van Karel de Grote. De Aula Regia in de palts werd vele malen verbouwd en vormt nu het stadhuis van Aken (met Granusturm). De centrale cour van de palts is nog steeds herkenbaar als het plein het Katschhof tussen beide gebouwen. De dom was gedurende 400 jaar de grootste kerk ten noorden van de Alpen. De tombes van Karel de Grote en Otto III bevinden zich in deze kerk. Ook worden hier de relieken bewaard die Karel de Grote in 799 ter inwijding van zijn koninklijke kapel (paltskapel) vanuit Jeruzalem had laten overbrengen: de windselen van het Kind Jezus, het lendendoek van Jezus Christus, het kleed van de Maagd Maria en het doek waarin het hoofd van Johannes de Doper gewikkeld zou zijn geweest. Dit werd echter pas in 1239 openbaar bekend. Hierdoor kreeg de Dom van Aken een religieuze betekenis als bedevaartsoord en ontstond een pelgrimage. De zevenjarige cyclus van deze Heiligdomsvaart ontstond echter pas in de eerste helft van de 14e eeuw.

 

De foto's die gemaakt zijn tijdens onze vakantie in juni 2011 van deze stad zijn hier te vinden. foto's